35 www.ouwestomp.nl
Home



27-03-2004
Carnaval 1968:

Carnaval 1968: kaartleesoefening derde peloton A-cie omgeving Den Bosch
De eerste A-Cie van het 48e Painfbat startte in 1967 in Nunspeet, om vandaar in 1968 te vertrekken naar de Willem I in Den Bosch.

Vele leden van het roemruchte derde peloton, waaronder ondergetekende, hadden nog nooit echt carnaval meegemaakt. Zij kwamen o.a. uit Hoogeveen, Katwijk, Leiden, Delft en Rotterdam. Het leek mij een goede gedachte om terwijl Oeteldonk zijn jaarlijkse feest vierde, om daar onder het mom van ‘werk’, aan deel te nemen.
Samen met het kader werd een kaartleesoefening voorbereid, waarbij St. Michielsgestel, Vught, Berlicum en andere dorpen zouden worden aangedaan.
Op diverse locaties (cafés, kroegen en feestzalen) werden controleposten gestationeerd, die de prestaties van het kaartlezen moesten beoordelen en vastleggen. De oefening werd wandelend afgewerkt. De tocht zou duren van 10.00 uur tot 15.00 uur, dus vroeg genoeg om voor het echte feesten de regio weer te hebben verlaten.
Met de eigenaars van de locaties was goed doorgenomen, dat als wij nog aan de wandel waren, de festiviteiten nog niet waren gestart. Dat bleek buiten de waard gerekend te zijn. Vanaf de eerste kroeg-controlepost werden de harde werkers van het derde peloton gastvrij onthaald: het bier vloeide rijkelijk. De wapens en uitrustingsstukken lagen bij de deur op een grote hoop onder toezicht van een plaatselijke schone of een schooljongen met ambitie voor het militaire vak. Toch verplaatsten de mannen zich wel, de oefening werd voor een deel afgewerkt. Het zou namelijk bij de volgende controlepost nog gezelliger worden. De passen werden evenwel gedurende het verkassen wel steeds wankeler en onzekerder, het was duidelijk dat de mannen zich met de carnavalsvierders verbroederden en dat met de nodige drank bevestigden. Dat was wel even schrikken, want het moest natuurlijk wel gezellig blijven. Samen met het kader werd, om een totale afgang te voorkomen, getracht de oefenende manschappen in de YP en vervolgens in de kazerne terug te krijgen. Uiteindelijk lukte dat, maar o wat was het moeilijk om de plaatselijke schonen te weerstaan, die met heerlijke drankjes en verleidelijke blikken erop aandrongen, de jongens nog even met rust te laten: “Ach vaandrig, nog eentje dan voor die jongens, ze werken zo hard en ze hebben het zo nodig”. Nog eentje dan en nog eentje.
Nadat iedereen veilig was aangekomen, deels via liften met burgers, wilde ik verslag uitbrengen bij de Compagniescommandant, kapitein Couvreur, over de zeer geslaagde kaartleesoefening. Daarvoor heb ik enige tijd ter voorbereiding in trance op het toilet doorgebracht. Het verslag leek mij samenhangend en duidelijk. Dat vond de kapitein gelukkig ook.
Het liep allemaal goed af, vooral dankzij de enorme klasse van het derde peloton. We wisten nu van Carnaval en we kwamen ook nog goed thuis. De kaartleesoefening was dus geslaagd en de hoofdpijn snel over.
Jan van den Berg